het is goed geweestDe Werkgroep Gebed F.I.C. beëindigt zijn werk.In 1967 werd er in onze congregatie een speciaal algemeen kapittel gehouden. Er hoefde geen nieuw bestuur te worden gekozen. Dat was drie jaar daarvóór al gebeurd. Deze vergadering kwam bijeen naar aanleiding van de op gang komende kerkelijke vernieuwing en in het bijzonder van de opdracht van Rome aan religieuzen om de constituties eens grondig onder de loep te nemen. Dit speciaal kapittel gaf het generaal bestuur de opdracht “in de komende jaren bijzondere aandacht te besteden aan het stimuleren van het gebedsleven”. Als gevolg hiervan kwamen op 17 augustus 1967 de broeders Bruno van der Made, Liberius Verkoijen, Sarto Mandos z.g., Ivar Prein en Tarcisius Janssen z.g. bij elkaar in ons huis aan de Postjesweg in Amsterdam. Het was de start van de “Werkgroep Gebedsleven”, later Werkgroep gebed FIC genoemd. Na een begin dat – als we de vergaderstukken mogen geloven – gekenmerkt werd door veel verschillende activiteiten, van het organiseren van retraites tot het bezoeken van communiteiten, en door onzekerheid over de plaats van de werkgroep in de congregatie en met name in de Nederlandse provincie FIC, werd toch vrij snel duidelijk dat de grote kracht van deze werkgroep moest liggen in het verstrekken van materiaal voor bezinning en gebed aan de medebroeders.
dagteksten In de notulen van vergaderingen van de “Werkgroep Gebed” in 1970 begint regelmatig de naam “Dagteksten” op te duiken. Een aantal mensen gaat zich bezig houden met het verzamelen van materiaal voor deze nieuwe uitgave, die voor elke dag van het jaar – behalve de maanden waarin de grote schoolvakanties vallen, we zijn tenslotte een onderwijscongregatie – een bijbellezing, een bezinnende tekst en een gebed gaat bieden. Martinus Salman z.g. zal zich belasten met de zorg voor deze reeks, die bedoeld is voor de eigen medebroeders. De boekjes worden in het begin door enkele broeders gestencild en verder afgewerkt. Zolang ze alleen binnen de eigen congregatie, en dan nog voornamelijk in de Nederlandse provincie, worden verspreid, kan dat nog. Maar al spoedig vragen ook andere broederscongregatie om exemplaren, want de eenvoudige formule van de “Dagteksten” en de verfrissende geest die met name uit de bezinnende teksten spreekt, blijken bij veel mensen aan te slaan. Binnen enkele jaren worden er dan ook ongeveer drieduizend exemplaren per maand verspreid. Het bijzondere doet zich voor dat een uitgave die voor de eigen medebroeders wordt gemaakt, voor driekwart buiten die kring wordt gebruikt door religieuzen, priesters en leken in binnen- en buitenland, van IJsland tot Japan. Zonder enige reclame! De formule van de eerste jaargangen is dertig jaar lang zo goed als onveranderd gebleven. Het bleek namelijk de meest gebruiksvriendelijke. De een kon de Dagteksten gebruiken voor persoonlijke meditatie, een ander gebruikte ze als tafelgebeden, weer anderen vulden ze aan met een lied en gebruikten ze als gebedsdiensten en in sommige parochies werden ze gebruikt voor lezingen in woord- en communiediensten. De twee enige veranderingen zijn eigenlijk dat er sinds oktober 1978 elke maand op een van de dagen een foto met een korte meditatieve tekst werd geplaatst om ook in deze omgeving vol teksten een moment van rust en stilte te creëren, en de technische verzorging werd steeds professioneler. De laatste jaren werd dank zij de goede samenwerking met drukkerij PantijnCasparie in Maastricht de drukvoorbereiding geheel gedigitaliseerd en was Dagteksten een uitgave waar de werkgroep ook qua technische verzorging trots op kon zijn.
vakantieboekje In de eerste helft van de zeventiger jaren begon er steeds meer behoefte te komen aan een opvulling van het “gat” dat ontstond door de vakantieperiode van juli en augustus. Gebruikers vroegen om teksten voor die twee maanden, ook binnen de werkgroep vond men het eigenlijk niet correct om de abonnee’s twee maanden lang “in de steek te laten”. Men stuitte echter op het praktische bezwaar dat het doorzetten van de normale reeks in de vakantiemaanden zowel voor de samenstellers als voor de mensen van de technische verzorging een te zware belasting zou vormen. Remund Pennings begon een apart boekje samen te stellen, dat bestond uit een aantal korte teksten en veel illustraties. Hij presenteerde dit in de werkgroep als een mogelijkheid om de twee zomermaanden te overbruggen. Het zou een klein formaat krijgen, zodat het in een binnenzak mee kon worden genomen. Na enige discussie werd besloten om het maar eens te proberen, en zo verscheen in 1977 het eerste “vakantieboekje”. De reacties op deze aanvulling op de reguliere Dagteksten waren zó positief, dat Remund eigenlijk wel verplicht was om voortaan elk jaar zo’n boekje samen te stellen. Met veel zorg en liefde heeft hij dit tot en met dit jaar dan ook gedaan.
omslagen Ondanks het feit dat het grootste deel van de oplage buiten onze congregatie werd verspreid, was het toch op de eerste plaats een uitgave van en voor onze broeders. Vanaf 1970 zorgde Martinus Salman z.g. voor de redactie van de Dagteksten. Nadat Bruno van der Made in 1982 het ambt van generaal overste kon neerleggen, werd dit werk door hem overgenomen. Hij zorgde tot in 2000 met grote inzet, trouw en creativiteit dat deze reeks op tijd kon verschijnen en inhoudelijk op een hoog peil bleef. Hij had daarbij veel aan zijn grote belezenheid en kon ook een beroep doen op materiaal dat door enkele broeders, ook van buiten onze congregatie, werd toegestuurd. Ook aan het uiterlijk van de Dagteksten was te zien dat het een uitgave was van de Broeders van Maastricht. Foto’s van Maastrichtse gevelstenen sierden de omslagen van één jaargang. Een andere jaargang werd gebruikt om op de omslagen gedeeltes uit het altaarmissaal van onze stichter Mgr. Rutten te tonen. Het duidelijkst kwam ons eigen gezicht tevoorschijn in de kunstwerken van medebroeders die op omslagen te bewonderen waren. Dominicus Kint z.g. en Jacques van der Weiden maakten speciaal voor de omslagen van Dagteksten tekeningen, Wolfgang Borghans calligrafeerde er teksten voor. Miguel Hutjens en Joep Drummen stonden er werken voor af. Foto’s van ikonen die door Toon Verkoijen waren geschilderd, vonden een plaats op de omslagen van Dagteksten. Deze kunstzinnige uitingen werden door sommige gebruikers zelfs benut om er ansichtkaarten van te maken, zo vielen ze in de smaak!
onafwendbaar einde Het laatste tiental jaren werd steeds duidelijker dat de vergrijzing onder religieuzen met het jaar grotere vormen aanneemt. Dit had niet alleen gevolgen voor het aantal abonnee’s van Dagteksten, het probleem werd ook steeds zichtbaarder binnen de Werkgroep Gebed. Een klein, praktisch voorbeeldje is de naamsverandering van het “vakantieboekje”. Er kwamen reacties op die naam van mensen die door leeftijd en ouderdomsgebreken niet meer van een vakantie konden genieten. De werkgroep constateerde ook dat van de eigen medebroeders bijna niemand meer in het onderwijs werkzaam was en het begrip “grote vakantie” in onze kring dus uitstierf. Het “vakantieboekje” werd daarom omgedoopt tot “zomerboekje”. Belangrijker was het gegeven dat de leden van de Werkgroep Gebed zelf ook steeds ouder werden. Er werden pogingen gedaan om binnen onze congregatie mensen te vinden die nieuwe werkkracht in de werkgroep zouden kunnen inbrengen, als lid of door werkzaamheden te verrichten. Deze pogingen leverden niet het gewenste resultaat op. Dit feit betekende in wezen het onafwendbaar einde van de serie “Dagteksten”, want de werkgroep voelde zich verplicht met het verzorgen van deze uitgave te stoppen zodra men zag aankomen dat men een begonnen jaargang niet zou kunnen afmaken. Een aantal jaren werd, vóór een begin werd gemaakt met het werk voor een nieuwe jaargang, in nauw overleg met een vertegenwoordiger van het provinciaal bestuur Nederland FIC bekeken of het verantwoord was om een nieuwe reeks Dagteksten te beginnen. Bij dit overleg werd niet alleen gekeken naar de leeftijd van de leden van de werkgroep, maar werd ook serieus aandacht besteed aan een ander probleem. Er bleken namelijk steeds minder goede teksten beschikbaar te zijn, die overgenomen konden worden. De werkgroep voelde er niets voor om Dagteksten, dat het toch moest hebben van een goede inhoud, te laten uitgaan als een nachtkaars bij gebrek daaraan. Begin dit jaar viel uiteindelijk de beslissing om de uitgave van de reeks “Dagteksten” te stoppen. Eind juni viel het laatste nummer, het zomerboekje, bij de gebruikers in de brievenbus. Het betekende het einde van een apostolaat dat door de FIC dertig jaar lang met grote zorg en veel liefde is verricht. Een werk ook, waar we terecht trots op mogen zijn. Want waren we vroeger in Nederland bekend als onderwijscongregatie, de laatste jaren werd er meer dan eens over ons gesproken als “de broeders van de boekjes”. Het is dus goed geweest. |