Overgenomen van website Van Lith: == l ==

Visie en Missie van de Stichting Pangudi Luhur (='Edel Streven')
A. Visie
1.De Werkgemeenschap, een geloofsgemeenschap geconcentreerd op
Jezus Christus die gelovig gezien wordt als de Ware Meester, wordt
gekenmerkt door echte broederschap in het kader van apostolaat,
opvoeding en vorming.
2.De Werkgemeenschap richt zich bijzonder op begeleiding van de
jeugd, teneinde hen te ontwikkelen tot persoonlijkheden van hoge
kwaliteit;gelovig,karaktervol en goede inborst.
B.Missie
1.Een sfeer scheppen die bijdraagt aan geloofsontwikkeling.
2.De Blijde Boodschap verkondigen in profetische zin.
3.In alle opvoedingswerk de christelijke waarden integreren.
4.Open broederschap kweken ten opzichte van iedereen en deze tot
ontplooiing brengen.
5. De persoonsvorming van studenten stimuleren, die als zodanig
herkend en gewaardeerd zal worden, en tevens hun mogelijkheden
optimaal tot ontwikkeling brengen.
6.Het aankweken van hoge waarden die nuttig zijn om het uiterste
levensideaal in de persoonlijke verhouding te kunnen bereiken tot
God,tot zichzelf en tenopzichte van medemensen.
SMU (=HAVO) PANGUDI LUHUR VAN LITH
A. Achtergronden van de oprichting van HAVO Pangudi Luhur.Deze staan,
zoals bij elke school, niet los van bepaalde omstandigheden en zijn
voor MAVO P.L.de volgende:
l.De Regering had alle Pedagogische Akademies, ( openbare zowel als
particuliere) in geheel IndonesiÙ opgeheven .Zodoende kon P.A.Van
Lith, die reeds tientallen jaren bestond en degelijke
onderwijskrachten had gevormd,voor het studiejaar 1990-1991 geen
nieuwe studenten meer aannemen.
2 Het besef van grote behoefte aan christelijke leiders voor alle
maatschappelijke sectoren^ en waarvoor algemene middelbare opleiding
beslist noodzakelijk is.
3.De overtuiging dat de visie van Pater Franciscus == 2 ==
Georgius Josephus van Lith s. j. aangaande christelijke opvoeding nog
relevant is voor het opvoedingswerk in IndonesiÙ.
Deze visie is de volgende:
a.Een gedegen opleiding ter hand nemen van zeer toegewijde en
gekwalificeerde lekenapostelen.
b. Streven naar christenen die als Alter Christus zullen optreden bij
het tot stand komen van sociale veranderingen.
c.Opvoeding zien als liefdewerk dat durf vereist om de zijde van
onderdrukten en misbruikten te kiezen omwille van rechtvaardigheid
en de verdediging van fundamentele mensenrechten.
d.Nadruk op het grote belang van internaten bij de vorming, niet
alleen vanwege de discipline maar vooral met het oog op een hoge
kwaliteit.
e.Het integreren van formele,informele en non-formele opleiding.
4.Het beleid van het Indonesische Provinciale Bestuur van de
broeders FIC, in samenwerking met het Aartsbisdom Semarang.de
zusters van Carolus Borromeus en met het Communicatie-forum van
Katholieke Intellectuelen te Yogyakarta, om de intensieve vorming
van jongeren te ondernemen en mogelijk te maken omwille van de
vooruitgang van Kerk en volk in IndonesiÙ via het systeem van
schoolopleiding met internaat.
B. VISIE EN MISSIE SMU PANGUDI LUHUR VAN LITH
De visie en missie van SMU P.L.Van Lith worden elk afzonderlijk als
volgt uiteengezet:
1.VISIE
De visie van SMU P. L. Van Lith omvat de geest van het Rijk Gods met als
kern het welzijn van alle mensen,"bizonder van lijdenden en
eenzamen",in de verwachting dat dit ideaal werkelijkheid zal worden
in het maatschappelijke leven van volk en natie. Hopelijk zal deze
geest alle aspecten van de samenleving doordringen en op open wijze
trachten te verwezenlijken in samenwerking met een ieder die van
goede wil is.
2.MISSIE
De missie van SMU P.L.Van Lith bestaat uit de begeleiding van de
jeugd,met voorkeur voor de armen,via schoolopleiding met
internaat.Dit vormingsproces wil de aspecten van formele, informele
en non-formele opvoeding zoals godsdienstigheid,menselijkheid,
sociaal gedrag en intelligentie samensmeden.
Dit doel wordt op soepele wijze nagestreefd in een sfeer van
broederlijkheid, waar men elkaar tracht lief te hebben,te vormen en
bij te staan.
C.DOELSTELLING
Het ideaal van de vorming op SMU P.L.Van Lith is de volgende::
1.De studenten bijstaan om tot een kwalitatief degelijke
PERSOONLIJKHEID te kunnen uitgroeien als gelovige, qua karakter en
gemoed,en in staat is optimaal de mogelijkheden te ontplooien op het
vlak van kennis, vaardigheid, gedrag en levensnormen die noodzakelijk
zijn om universitair onderwijs te volgen en een plaats in de
maatschappij te kunnen innemen.
2. De studenten begeleiden in hun ontwikkeling, zodat zij t.z.t.
geschikte, degelijke en toegewijde leiders zullen worden ten bate van
de vooruitgang van samenleving,volk,natie en Kerk.
STRATEGIE BIJ UITVOERING VAN DE VORMING
A.Programma van het leerplan.
Het ondernemen van activiteiten om de doelstelling van de opleiding
aan de SMU P. L. Van Lith te bereiken, welke op het vlak van het
standaard curriculum en het uitgebreide curriculum liggen.
a.Het standaard curriculum is door de regering zelf als minimum
vastgesteld en geldt nationaal.
b.Het uitgebreide curriculum omvat voortgezette activiteiten ten
einde vorming, oefening en begeleiding van de studenten
groepsgewijs uit te diepen op het gebied van godsdienst,
menselijkheid, sociaal gedrag, vaardigheid en persoonlijkheid.
B.INTERACTIE PATROON LEREN ONDERWIJZEN.
Dit patroon wordt als volgt uiteengezet:

l.De normen integreren zoals in VISIE en MISSIE van de Stichting
Pangudi Luhur en SMU P.L.Van Lith staan vermeld.

2.SMU P.L.Van Lith werkt als "dialogische opvoedingsinstelling",in

de sfeer van elkaar over en weer vertrouwen geven, elkaar

eerbiedigen, elkaar aandacht schenken, elkaar beminnen, met

gelegenheid voor ontspanning, kritische houding, verkennend,

vragen durven stellen en zijn mening durven geven.

3.Persoonlijke benadering die de nadruk legt op collegialiteit bij

dienstbetoon zoals deze merkbaar zal zijn :
a.Bij functies in de vorming als begeleider, ondersteuner,
bemiddelaar, instructeur, iemand die stimuleeert en als collega.
b.Ieder persoonlijk toont zijn gezag in harmonie tussen zelf-
ontwikkeling, deskundigheid, persoonlijkheid, sociaal gedrag en
godsdienstigheid.
c.Ieder persoonlijk wordt de gewoonte bijgebracht om te reflecteren,
collega's te taxeren,te vergaderen/te bespreken en op te treden.
4.De strategie / methode van begeleiding geven benadrukt de
noodzakelijkheid zich te gewennen de eigentijdse aspecten te
analyseren wat betreft geloofsleven, evenals de sociale, culturele,
en politieke situatie.
5. De methode interactie leren/ onderwijzen van begeleiders en
studenten maken van de volgende variaties gebruik:
a.Vanuit de begeleider naar student omvat activiteiten tot het geven
van informatie, taakopdrachten, stimuleren, leren waarnemen,
feedback geven, discipline in klas of werkgroep, enz
b.Vanuit student richting begeleider houdt in vragen stellen,
voorstellen doen, hulp vragen, advies inwinnen, verslag doen van
werkresultaten, corrigeren van resultaten en van ontvangen
informatie, vragen beantwoorden van de begeleider, opbouwende
kritiek geven, enz.
c.De rol van studenten onderling houdt in elkaar vragen stellen en
beantwoorden, uitwisselen van argumenten in het debat, in dialoog
treden in groepsrepetitie, oplossen van problemen, experimenteren,
plannen maken, presenteren, enz.
2.AFDELING INTERNAAT
De beide internaten van zowel de mannelijke als de vrouwelijke
studenten fungeren als hulpmiddel om de doelstelling van SMU P.L.Van
Lith optimaal te bereiken. De leefsfeer die in het internaat wordt
gehandhaafd en bevorderd is onderlinge vriendschap, waarbij de
internen zich veilig, tevreden en thuis kunnen voelen.Deze situatie
zal de internen helpen zich te ontwikkelen op het vlak intelligentie,
godsdienstigheid, medemenselijkheid en sociaal gedrag. De geboden
begeleiding en training is gericht op persoonsvorming van hoge
kwaliteit, godsdienstig, karaktervol en goed gemoed. Mede om hun
mogelijkheden optimaal tot ontplooiing te kunnen brengen wat betreft
wetenschap, vaardigheid, gedrag en waarden die in hun leven van
belang zijn om hoger onderwijs te volgen en voor de samenleving.
Wijze van begeleiden:
Communicatie/ dialoog met personen afzonderlijk en gezamenlijk;
instructie/ informatie/ voorstellen mondeling of schriftelijk;
voorbeeld en betrokkenheid van leiders bij activiteiten in het
internaat; betrokkenheid van internen bij het opstellen van regels /
afspraken aangaande activiteiten; motiveren om vooruit te gaan,
creativiteit en samenwerking; bij succes prijzen en belonen; op
opvoedende manier raad, berisping en sancties geven; persoonlijk en
gezamenlijk evalueren; reflecteren bij gebed en meditatie;
spanningen opvangen met gesprek, ontspanning, scherts en
recreatie;sociaal gedrag ten opzichte van internen; op aansluitende
wijze begeleidende activiteiten organiseren zowel op school als in
internaat.
1) Godsdienstigheid:
Doel: opdat de internen gelovige christenen worden en volgens de leer
van Christus liefdevol leven en hechte vriendschap uitbouwen in Kerk
en maatschappij.
Oefeningen: elkaar behulpzaam zijn in het internaat, gezamenlijk
gebed in groepen, rozenhoedje, woorddienst, meditatie, completen,
enz.; dagelijkse Eucharistie, tijdschriften ten behoeve van
parochie en eigen campus; activiteiten in Marialegioen, lector,
kinderkatechese, bij retraite, rekolectie en jongerencongregatie;
reflecteren op eigen leven.
2) Intelligentie
Doel: opdat de interne studenten tot intelligente, creatieve en
zelfstandige personen uitgroeien.
Oefeningen: gedisciplineerd zelfstandig en gezamenlijk studeren,
cursus Engels, diskussieren, panel gesprekken, boekhouding,
creatief zijn bij bepaalde onderwerpen, dicipline beoefenen, self
government, leesstof uit media, krant, weekblad en tijdschrift
verwerken; vrijwillig vakleraren consulteren in de namiddag.
3) Sociaal gedrag
Doel: opdat de studenten zich ontwikkelen tot sociale personen die in
staat zijn zich te assimileren, aan te passen en vrienden te maken in
hun omgeving, vooral met verwaarloosde mensen.
Oefeningen; zelfbestuur; zelf een veilige, prettige, orderlijke en
kamaraadschappelijke sfeer weten te scheppen; orde en netheid in
lokalen verzorgen; verantwoordelijk gedrag tonen bij taken in het
internaat; werkgroepen; dienstbetoon bij ontvangst van gasten en
opnemen van telefoon; solidair zijn met behoeftigen door giften,
kleding, en/of etenswaren te geven, waarbij men zich persoonlijk en
gezamenlijk iets van eigen behoeften wil ontzeggen; belangstelling
tonen voor mensen in de buurt die door rampen zijn getroffen.
4) Menslievendheid.
Het doel is morele en karaktervolle persoonlijkheden te vormen die
menslievend omgaan met degenen met wie men samenleeft.
Oefeningen:
Op open en eerlijke wijze met anderen in gesprek en dialoog gaan;
waardering tonen voor andere mensen door vriendelijk en beleefd
gedrag; zich een dankbare houding aan te leren en blij gaven van
anderen willen accepteren; ieder mens in welke functie of taak dan
ook weten te waarderen; vriendelijk optreden tegenover de kleine
man,enz.