Weer terug bij af

Een interview met Br. Laurens Hoebergen
"Toen ik in 1943 mijn professie deed in de grote kapel van De Beyart in Maastricht, kon ik natuurlijk niet vermoeden dat ik in datzelfde huis in 1999 weer zou terug keren, na een leven waar ik met veel dank op terug kijk."

Laurens Hoebergen
Broeder Laurens Hoebergen (geboren in 1922) zit met me te praten in zijn nieuwe werkplaats, de boekbinderij. Het boekbindersvak doet hij met veel toewijding.

Veel cursisten ...

Op zijn vorige standplaats, Helmond, had hij een grote groep cursisten.
Daarvóór gaf hij jaren lang leiding aan een kledingatelier in Semarang (Indonesië). Een boeiend leven met veel verhalen.

op het vertrouwde stekje

In oktober 1999 werd duidelijk dat de communiteit van Helmond zou worden opgeheven. De broeders zochten en vonden een andere woonplaats. Voor Laurens Hoebergen werd het De Beyart in Maastricht. Omdat hij nog met enthousiasme kan boekbinden, werd voor hem een kelderruimte leeggemaakt. Zijn hele boekbinderij werd meegenomen.
Laurens Hoebergen "Ik ben blij met deze nieuwe werkplaats, die me buitengewoon bevalt. Er is ruimte genoeg om te werken, maar ik kan er ook cursisten ontvangen. Overigens doe ik het wel wat rustiger aan dan in Helmond. We worden een dagje ouder."
Elke morgen om half tien zit hij in zijn werkruimte. Hij handelt dan de opdrachten af die hij van overal en nergens vandaan krijgt. Na het middageten rust hij even en dan wordt er rond vier uur gebiljart met een groepje medebroeders. En als er veel werk ligt, wordt er 's avonds ook nog in de boekbinderij gewerkt. "Het voornaamste werk dat ik te doen heb is het repareren van boeken. Ik doe alles wat met boekbinden te maken heeft: jaargangen van tijdschriften inbinden, herstellen van oude boeken, reparatie van bibliotheekboeken, het opnieuw van een kaft voorzien van mooie boekwerken, er met bladgoud nieuwe titels op aanbrengen, etc."

Vanuit Helmond krijgt hij nog veel werk aangeleverd, maar ook vanuit huis en uit de stad Maastricht komen opdrachten binnen. "Ik hou me aanbevolen voor werk. Ik ben graag bezig."

vak zoeken

Toen hij in 1935 aan zijn vader voorlegde dat hij broeder wilde worden, hield dat voor Laurens in dat hij het onderwijs in zou gaan. Maar na twee jaar oordeelde de directie van de kweekschool dat hij beter een ander vak kon kiezen. In de twee jaar dat hij weer terug ging naar geboorteplaats Asten, leerde hij het kleermakersvak. Zijn motivatie om broeder te worden verdween echter niet. Daarom meldde hij zich in 1938 in Maastricht aan. Daar behaalde hij de bevoegdheid als meester kleermaker en verkreeg hij de diploma's om dit vak te mogen doceren op de technische school.

"In 1955 werd ik docent kleermaken aan onze vakschool in Zevenaar en in 1958 ging ik met de vakschool mee toen die verplaatst werd naar Maastricht, aan de Tongerseweg.
Het aantal jonge broeders dat ik voor het vak mocht opleiden was steeds te "behappen" en ik vond het erg fijn werk. Op die manier kun je de liefde voor het kleermakersvak heel goed kwijt.
Broeder Wilhelm Leensen was onder andere een leerling van me."

In die jaren volgde hij ook de cursussen die hem tot een vakman op het gebied van boekbinden maakten. Hij kon het vijf jaar lang op het juvenaat aan geïnteresseerde kwekelingen aanleren. Tot hun en zijn eigen genoegen.

indonesië

Als in 1963 de toenmalige generale overste Avellinus Janssens hem vraagt om naar indonesië te gaan, gaat een nieuwe wereld voor hem open. Het aantal juvenisten dat tot kleermaker opgeleid moest worden, liep steeds meer terug. In Indonesië kon men volop van zijn kwaliteiten gebruik maken.

Bara - kort bij Yogyakarta

"Ik werd daar docent aan de kleermakerij in Bara "Pantu Asuhan", een technische school waaraan Josué van Nistelrooij zaliger directeur was. Er waren veertig leerlingen die het weefvak wilden leren en vijfendertig die kleermaker wilden worden.
We hadden een opleiding van drie jaar, een goed lopende vakschool. Het was een school die gesubsidieerd werd door de regering. Als de jongens het vak in theorie goed beheersten, gingen ze op praktijk in Semarang of Jogyakarta.
Ik deed daar dus hetzelfde werk als ik in Nederland had gedaan, met dien verstande dat ik jongens een vak leerde, zodat ze een goede toekomst tegemoet konden gaan."

eigen werkplaats

In 1968 ging Laurens naar Semarang, waar hij enkele lokalen toegewezen kreeg van de voormalige kweekschool. Twaalf van zijn beste leerlingen uit Bara gingen met hem mee. Het waren vaklui die het kleermakersvak goed verstonden. Op die plaats begon het werk waaraan Laurens zich met hart en ziel verpandde. "Nadat ik de werkplaats was gestart, kwamen er steeds meer opdrachten en vragen naar ons toe. We maakten overhemden op bestelling, maatpakken, broeken, kortom alle kleding voor dames, heren en kinderen.
Kleding voor
kinderen ...
Omdat we zulk goed werk afleverden, kwamen er ook bestellingen van overheidsinstellingen binnen. Dat hield in dat we fors moesten uitbreiden."
"Op het laatst had ons bedrijf 125 mensen in dienst. Een pracht van een bedrijf dat mannen en vrouwen werk verschafte en dat prima producten afleverde. Acht coupeurs namen overal in de wijde omtrek de maat op en brachten de bestellingen binnen.
De administratie groeide steeds meer en werd door mensen "van buiten" overgenomen." Er werd scherp toegezien op de bewaking van de kwaliteit van het afgeleverde werk. Maar ook - en dat vond Laurens van het grootste belang - werd er op een rechtvaardige wijze met de medewerkers omgegaan. "Iedereen had een normale werkdag van zeven uur per dag. We zorgden voor het eerlijk uitbetalen van het geleverde werk. En we hadden een eigen ziekenfonds, zodat mensen die om wat voor redenen dan ook uit het arbeidsproces verdwenen, toch doorbetaald werden."
Mensen die graag thuiswerk wilden doen, werden daartoe in de gelegenheid gesteld. Ze kregen een naaimachine van de zaak, die ze in de loop van de tijd weer afbetaalden.
"In 1971 verhuisden we naar een groter onderkomen omdat we uit ons jasje groeiden. We waren een flink bedrijf dat ondermeer 2.500 overhemden per maand produceerde"

Kleding voor volwassenen

teruglopende economie

In de jaren zeventig ging het niet goed met de economie in Indonesië. De roepia devalueerde op een geweldige manier. En er was constateerbaar veel corruptie. "Gelukkig gaf dat voor onze zaak niet veel problemen. De medewerkers bleven een vast stukloon ontvangen. Men ontving een maaltijd per dag op het werk en voor de vaste werkkrachten was een pensioenfonds opgericht. Ik mag met enige trots zeggen dat dit maar op weinige plaatsen in indonesië voorkwam. Wanneer mensen met pensioen krijgen ze gewoonlijk een vrij groot bedrag mee. Daar kunnen ze dan hun oude dag mee doorbrengen. Wij hebben het echter zo geregeld, dat ze hun hele verdere leven elke maand een bepaald bedrag van ons kantoor kunnen komen afhalen."

Er werden toga's voor dominees gemaakt; men vervaardigde togen voor priesters van het bisdom en habijten voor religieuzen. Er werden kostuums gemaakt en badjassen. Van de batik-restanten werden stropdassen gemaakt op het eigen confectie-atelier.

"In 1986 kreeg ik last van mijn benen. Ik was toen 63 jaar oud en ik begon aan repatriëren te denken.
Om de zaken goed achter te laten, werd een stichting opgericht. In het bestuur namen enkele mensen van het bisdom zitting, enkele mensen van het bedrijf en twee docenten van de universiteit.

In 1988 ben ik toen naar Nederland teruggekeerd. Met veel pijn in het hart, want ik liet er veel dierbaars achter."

boekbinden

Hij vond zijn nieuwe stekkie in Helmond, vlak bij zijn geboorteplaats Asten."Ik was van plan om het boekbindersvak weer op te nemen. Ik voelde me ook fris genoeg om les te gaan geven aan liefhebbers. En die kwamen met stromen het klooster aan de Ruusbroeclaan in Helmond binnen. .
In tien jaar heb ik meer dan 250 mensen het boekbindersvak geleerd. Ik vond het een heerlijke tijd Natuurlijk was het prettig om een vaardigheid over te brengen. Maar het fijnste vond ik dat je goede persoonlijke contacten met de cursisten kon opbouwen.
Daarom ging het me aan het hart dat het huis in Helmond werd opgeheven. Ik moest afscheid nemen van een plaats die me dierbaar was, van heel dierbare mensen en van de bejaardenbond waar ik jarenlang voorzitter geweest ben."


Het doet Laurens genoegen dat hij een groep mensen de liefde voor het boekbindersvak heeft kunnen bijbrengen. "Het is een vak met veel kanten: het restaureren van oude boeken, het inbinden van verschenen tijdschriften,
het weer tot leven brengen van een stukgelezen boek, het mooi verzorgen van een kaft.
Het is werk dat veel geduld en aandacht vraagt. Je moet er liefde voor hebben en plezier. Ik ben blij dat ik dat op anderen heb kunnen overbrengen.

En wie weet, zijn er in Maastricht ook nog mensen die ik les kan geven. Ze kunnen bij mij in mijn kelder op De Beyart terecht!"


Wim Swüste

Voorjaar 2000
top