ERFGOED WAARDIG OVERGEDRAGEN

Br. Celestinus VenckenEen van de communiteiten F.I.C., Sint-Michielsgestel, is al jaren terug opgeheven, maar het werk van de brs. Celestinus Vencken en Arno Veldhoven (overleden 1987) is niet verloren gegaan. In het nu door anderen geleide Instituut voor Doven is ook een prachtig archeologisch museum ondergebracht waarvan zij aan de basis stonden, Daarmee werd 'onze eigen geschiedenis hooggehouden en het erfgoed waardig overgedragen'.

Archeologie

'Ik ben pas bewust archeologie gaan doen in 1962' , vertelt Celestinus. 'In september van dat jaar werd in de buurtschap Halder - in de gemeente Sint-Michielsgestel, ongeveer vier kilometer ten zuiden van Den Bosch - een muntvondst gedaan. Naast scherven van Romeins aardewerk en vier zilveren lepeltjes werden ook Romeinse munten gevonden. Arno en ik werden erop geattendeerd en we werden bij het zoek- en graafwerk ingeschakeld. Zo kwamen we in contact met prof. Bogaers van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (R.O.B.). Hij gaf ons aanwijzingen voor ons verdere archeologisch werk en stimuleerde ons bijzonder' .

Over de inzet van zijn medebroeder Arno is Celestinus altijd zeer te spreken geweest: 'Zonder Arno was er nooit zo'n mooi archeologisch museum In Sint-Michielsgestel gekomen. Met monnikengeduld en met grote deskundigheid heeft hij een grote hoeveelheid Romeins aardewerk gerestaureerd. AI dat werk deed hij in grote bescheidenheid. Hij bleef steeds op de achtergrond, maar hij was wel een enorme steun en toeverlaat voor mij bij onze archeologische werkzaamheden en het reconstrueren van de vondsten' .

Unieke vondsten

Bij die eerste vondsten bleef het niet. Mensen uit de omgeving waarschuwden de broeders als er iets 'van vroeger' werd gevonden. Deze kwamen dan meteen in actie, voor zover hun bezigheden op het Instituut voor Doven dat toelieten. Zo werd er in 1964 een compleet intact zijnd Romeins brandgraf gevonden: een plaats waar de lichamen van overleden Romeinen werden gecremeerd. Hun as werd in het graf geplaatst met een muntstuk erbij en grafgiften in de vorm van gebruiksvoorwerpen.

In de loop der jaren werden zes Romeinse waterputten ontdekt, twee voorraadkuilen van een Romeinse pottenbakker uit 50 na Chr., een Romeins brandgraf uit 170 na Chr. en een pot-tenbakkersoven. Hun belangrijkste en fraaiste vondst was wel een grote Romeinse vaas - een kruikamfoor - voorzien van twee oren.

Deskundige aanpak

'Ik ben wel een amateur-archeoloog, maar ik werk niet op een amateuristische wijze', bekent Celestinus. 'In mijn hobby heb ik me goed georiënteerd. Niet voor niets ben ik van 1966 tot 2002 medewerker geweest van de R.O.B. Het gevonden materiaal wilden we op een mooie plaats in het Instituut voor Doven tentoonstellen. Van de directie kreeg ik verlof om een van de zolders daartoe te gebruiken. Om de zaak op een professionele wijze op te zetten volgde ik een museumcursus. Daar leerde ik over klimaatbeheersing In een tentoonstellingsruimte. We werden geschoold in het restaureren van oudheidkundig materiaal, verzorging van documentatie enzovoort' .

De intentie van Celestinus en Arno was erop gericht oude zaken op professionele wijze tot leven te brengen. Daartoe werd bijvoorbeeld een graf precies op maat nagemaakt. Bovendien werden er voor de gevonden voorwerpen vitrines aangeschaft, het brandgraf in oude staat teruggebracht en opgesteld, en de oven gereconstrueerd. Zo kon door hulp van velen het museum op de zolder worden gerealiseerd. Men sloot zich aan bij de Stichting van Brabantse musea. Vele groepen scholieren van basis- en middelbare scholen kwamen in het museum op bezoek en ook voor volwassenen was het museum een prachtige plek om te komen bezichtigen. En Celestinus zorgde er wel voor dat de gevonden zaken uit de Romeinse tijd voor de bezoekers tot leven kwamen .

Nieuw museum

Het werd indertijd door de broeders als een gevoelige klap gevoeld, dat zij Sint-Michielsgestel moesten verlaten, maar voor Celestinus Vencken was het wel héél vervelend, want wat ging er met zijn museum gebeuren?

Hijzelf zegt er het volgende over: 'Toen we in 1987-1988 het huis verlieten, bleef er niet veel anders over dan de spullen van de zolder te halen en deze goed gesorteerd en overzichtelijk ergens op te slaan. Het ging mij geweldig aan het hart, maar het was niet anders. Zelf verhuisde ik naar Nijmegen en we lieten onze dierbare schatten in Sint-Michielsgestel achter. Ondertussen nam ik vele malen contact op met de directie van het Instituut en met collega-deskundigen in Brabant om te zoeken naar een oplossing voor een nieuwe locatie voor het museum. Wonderlijk genoeg kwam er snel een aanbod voor een nieuw onderkomen, toen duidelijk was geworden wat er met enkele grote ruimten in het Instituut ging gebeuren. Ons werd de voormalige 'jongens-kapel', de sacristie en de aan-grenzende kapel van de communiteit aangeboden. Een geschenk uit de hemel'.

Broeder Celestinus Vencken viel de eer te beurt in 1993 het nieuwe museum te openen. Zijn levens-werk op archeologisch gebied is er in de voormalige grote kapel opnieuw geordend en inzichtelijk gemaakt voor de 'leken'-bezoeker. In de zijkapel bevindt zich het eigenlijke museum met de tentoongestelde vondsten. De verbouwde biechtstoelen functioneren voor de wisselcollecties, terwijl in de sacristie een audio-visuele ruimte werd gecreëerd waar een presentatie wordt gegeven van de 'romanisering' van Brabant. Ook beschikt het museum nog over twee leskisten met Romeins materiaal, die ter beschikking worden gesteld van basisscholen. Hierin bevinden zich kopieën van scherven, munten, veel illustratiemateriaal en opdrachten die kunnen worden uitgevoerd. Het museum wordt beheerd door de Stichting Oudheidkundig Museum Sint-Michielsgestel.

Ondertussen heeft men in een bouwkeet in Halder een klein 'rijdend' museum ingericht met allerlei vondsten uit deze buurtschap. Om met de woorden van br. Celestinus te spreken: 'Het stimuleert het gevoel van verbondenheid van de mensen van nu met de rijke historie van hun voorouders. Het nodigt tevens uit om het nieuw ingerichte museum te komen bezoeken. En hopelijk geeft het ieder het gevoel dat we alleen maar kunnen leven zoals we nu leven, op de schouders en in de voetsporen van de mensen die ons voor gingen. Als dát besef goed bij mensen doordringt, draagt het bij tot een verhoging van de waardigheid van het bestaan. Dan doet het ons allemaal voelen dat we leven vanuit een heel rijke traditie die de moeite waard is om uitgezocht te worden. Ik ben er trots op dat ik daar mijn steentje aan heb mogen bijdragen'.

Openingstijden van het Oudheidkundig Museum,

Theerestraat 52, Sint-Michielsgestel:

dinsdag 10.00 -16.00 uur

elke eerste zondag van de maand: 13.00- 16.00 uur

Telefoon: 073 551 79 03

Bron: Berichten van de Broeders van Maastricht, 2002, nr. 1

Auteur: Wim Swüste, f.i.c.